Kort samengevat
De evidence-graad is een classificatie die aangeeft hoe sterk het beschikbare bewijs is voor een bewering over een stof, therapie of interventie, gebaseerd op het type en de kwaliteit van het onderliggende onderzoek.
Bewijshiërarchieën in de geneeskunde plaatsen doorgaans systematische reviews van meerdere gerandomiseerde gecontroleerde trials bovenaan, gevolgd door individuele RCT's, dan observationeel onderzoek (cohortstudies, patiëntcontroleonderzoek), en onderaan expertmeningen en preklinisch (dier- of cel-)onderzoek. Een hogere graad betekent niet dat een effect groter is, maar wel dat er meer vertrouwen is dat het waargenomen effect echt is en niet het gevolg van toeval, vertekening of confounding.
In het longevity-veld is dit onderscheid bijzonder belangrijk omdat veel populaire claims uitsluitend steunen op preklinisch onderzoek bij muizen of op kleine observationele signalen bij mensen, terwijl ze vaak worden gepresenteerd met het zelfvertrouwen van een gevestigd feit. Een lage evidence-graad betekent niet dat iets niet werkt, maar wel dat de zekerheid daarover nog beperkt is.
Deze site kent op elke stofpagina een letterscore toe die uitsluitend is gebaseerd op onderzoek bij mensen — dierdata verhoogt de score nooit. Zie /nl/how-we-grade-evidence voor de volledige methodologie, inclusief hoe dosis, populatie en tegenstrijdige trials worden meegewogen.