Kort samengevat
Uitputting van stamcellen is de geleidelijke afname, met de leeftijd, van het aantal en de functionele capaciteit van weefselspecifieke stamcellen, waardoor het regeneratieve vermogen van weefsel vermindert.
Stamcellen in weefsels zoals spieren (satellietcellen), beenmerg (hematopoëtische stamcellen) en darmen zorgen normaal voor voortdurende vernieuwing en herstel na schade. Met de leeftijd neemt zowel hun aantal als hun vermogen om te delen en te differentiëren af, deels doordat ze zelf onderhevig zijn aan cellulaire senescentie en DNA-schade.
Dit verklaart deels waarom oudere spieren trager herstellen van een blessure, waarom botten langzamer helen, en waarom het immuunsysteem bij het ouder worden minder divers reageert op nieuwe pathogenen — de hematopoëtische stamcelpopulatie verschuift dan naar minder diverse, minder functionele klonen.
Bij muizen kan het transplanteren van jonge stamcellen of het herstellen van de omgeving waarin oude stamcellen zich bevinden (de 'niche') een deel van het regeneratieve vermogen herstellen. Bij mensen bestaan al gevestigde toepassingen van stamceltransplantatie voor specifieke bloedziekten, maar het breder herstellen van leeftijdsgebonden stamceluitputting voor longevity-doeleinden blijft experimenteel en niet goedgekeurd.