Kort samengevat
Stamceltherapie is de toediening van stamcellen, doorgaans mesenchymale stamcellen uit vetweefsel, beenmerg of navelstrengweefsel, met het doel weefselherstel of ontstekingsremming te bevorderen.
Erkende toepassingen van stamceltransplantatie bestaan al decennia bij specifieke bloed- en beenmergaandoeningen, waarbij hematopoëtische stamcellen het beschadigde beenmerg vervangen. Dit is een fundamenteel andere toepassing dan de intraveneuze of gewrichtsinjecties met mesenchymale stamcellen die longevity-klinieken aanbieden voor algemene 'verjonging' of gewrichtsklachten.
Bij die laatste toepassingen is het onderliggende idee dat mesenchymale stamcellen ontstekingsremmende signalen afgeven en het lokale weefselherstel bevorderen, eerder dan dat ze zich daadwerkelijk in grote aantallen omzetten in nieuw functioneel weefsel. Diermodellen tonen enige verbetering van functie na toediening bij specifieke schademodellen, maar de vertaling naar de mens is inconsistent.
Gecontroleerde humane trials naar intraveneuze mesenchymale stamceltherapie voor algemene veroudering of vage vermoeidheidsklachten ontbreken grotendeels; de meeste aanbiedingen in klinieken buiten een geregistreerde trial worden beschouwd als niet-goedgekeurd en experimenteel, met reële risico's zoals infectie op de injectieplaats en, zeldzaam, embolische complicaties na intraveneuze toediening.