Kort samengevat
Peptidetherapie is het gebruik van korte ketens van aminozuren — kleiner dan een volledig eiwit — om een gericht biologisch effect te proberen bewerkstelligen, zoals weefselherstel of de afgifte van groeihormoon.
Een peptide is in essentie een eiwitfragment dat kort genoeg is om selectiever in te werken op een specifieke receptor of route dan een groot molecuul. Dit omvat zowel peptiden die al goedgekeurde geneesmiddelen zijn (insuline en de GLP-1-receptoragonisten zelf zijn peptiden) als stoffen die experimenteel worden gebruikt voor weefselherstel of cosmetische effecten, zoals GHK-Cu of BPC-157.
De kwaliteit van het bewijs verschilt enorm per peptide: sommige beschikken over solide mechanistische studies bij diermodellen maar zeer weinig of geen gecontroleerd klinisch onderzoek bij mensen, en ook de regelgevende status loopt uiteen — van toegestaan cosmetisch gebruik tot stoffen die in geen enkele westerse markt zijn goedgekeurd als geneesmiddel.
Er bestaat daarom geen eenduidig antwoord over 'peptiden' in het algemeen: elk peptide moet afzonderlijk worden beoordeeld, met een blik op het voorgestelde mechanisme, het beschikbare humane bewijs en de concrete regelgevende situatie, voordat er een conclusie wordt getrokken.