Kort samengevat
IV-infusietherapie is het intraveneus toedienen van vitamines, mineralen, aminozuren of andere stoffen rechtstreeks in de bloedbaan, waarbij de opname via het maagdarmkanaal wordt omzeild.
Het mechanisme is eenvoudig: intraveneuze toediening zorgt voor een vrijwel volledige biologische beschikbaarheid en kan hogere bloedspiegels bereiken dan orale inname, waarbij opname wordt beperkt door de darmwand en door het first-pass-metabolisme in de lever. Dit is klinisch zinvol en gevestigd bij een aangetoond tekort dat niet oraal kan worden gecorrigeerd — bijvoorbeeld ernstige vitamine B12-deficiëntie bij malabsorptie, of uitdroging.
Bij mensen met een normale voedingstoestand en een functionerend maagdarmkanaal is er weinig bewijs dat het intraveneus toedienen van vitamines die al in voldoende mate via voeding of orale supplementen worden opgenomen, extra gezondheidsvoordeel oplevert boven wat een normale, adequate inname al biedt — het lichaam scheidt overtollige wateroplosbare vitamines grotendeels weer uit.
IV-infusies zijn niet zonder risico: er is kans op infectie bij de infuusplaats, aderontsteking, en bij hoge doses van bepaalde stoffen (zoals vitamine C) elektrolytverstoringen of, bij mensen met G6PD-deficiëntie, hemolyse. De 'wellness'-toepassing bij gezonde mensen zonder aangetoond tekort mist gedegen klinisch bewijs van meerwaarde boven orale inname.